
Het
observatiejaar is een jaar waarin alle leerlingen kennismaken met
alle richtingen die onze school kent.In dit eerste jaar mogen ze
proeven van de verschillende praktijkvakken vooraleer ze een keuze
maken van de praktijkrichting die zij willen volgen.Tijdens dit
eerste jaar op school worden de leerlingen van heel nabij gevolgd
door het hele team leerkrachten die hen dan ook een stuk kunnen
sturen naar de voor hen best passende richting.
Er wordt tijdens deze fase van de opleiding heel veel aandacht
besteed aan de algemene vorming van de leerlingen enerzijds en het
welbevinden (=zich goed voelen) anderzijds.
Daarom is er een intense begeleiding van de klassenleraar, de
openluchtklassen, het sinterklaasfeestje, kerstfeestje, ...
De
opleidingsfase duurt onder normale omstandigheden 2 jaar. Aan het
begin van deze fase kiest de leerling samen met zijn ouders voor 1
bepaalde praktijkrichting. Tijdens deze fase worden de
basisvaardigheden per opleiding aangebracht en ingeoefend. De
klemtoon ligt hier vooral op het aanleren van manuele
vaardigheden en opdoen van basiskennis.
Tijdens deze worden vaardigheden en kennis verdiept loopt de
leerling stage. De stageduur bedraagt drie weken in het vierde jaar
en zes weken in het vijfde jaar.
Er wordt geopteerd om de leerlingen van het vijfde jaar een
opleiding in een
VDAB-competentiecentrum te laten volgen.
Als
deze fase van de opleiding succesvol wordt doorlopen, krijgt de
leerling zijn kwalificatiegetuigschrift. Met dit getuigschrift
kan hij of zij terecht op de reguliere arbeidsmarkt.
Via
de alternerende beroepsopleiding kunnen de leerlingen zich verder
specialiseren.
Deze opleiding duurt maximum 1 schooljaar en bestaat uit:
- 2
dagen per week vorming op school met zowel aandacht voor godsdienst,
algemene en sociale vorming als beroepsgerichte vorming.
- 3
dagen per week werkervaring in een bedrijf of instelling die
aansluit bij de gevolgde opleiding.
Eigenheid:
- Er is mogelijkheid tot het volgen van enkele VDAB-opleidingen. (*)bv.:
vorkheftruckopleiding, TIG- en MIG-lassen, …
-
Via de trajectbegeleiders op school en de stagementor in de
werkervaringsplaats wordt de cursist individueel begeleid.
-
De cursist is ingeschreven in de VDAB als werkzoekende, maar toch
behoudt hij/zij de kinderbijslag. Op het einde van de wachttijd
ontvangt de cursist een wachtuitkering.
-
Op het einde van het schooljaar wordt het getuigschrift van de
alternerende beroepsopleiding uitgereikt aan de geslaagde cursisten.


De alternerende beroepsopleiding is gericht op leerlingen die
- over een getuigschrift van de opleiding of over een
getuigschrift van verworven
competenties beschikken
- door de klassenraad worden toegelaten
ABO heeft als doel de
kansen op een blijvende tewerkstelling te verbeteren.
Deze eenjarige opleiding bestaat uit twee elementen:
De cursist die de alternerende beroepsopleiding volgt:
wordt als voltijds regelmatige leerling beschouwd
door het Departement Onderwijs;
is ingeschreven als werkzoekende bij de VDAB;
geniet tijdens de opleiding een gelijkstelling met de wachttijd;
heeft na het verlopen van de wachttijd recht op een
wachtgelduitkering;
behoudt het recht op kinderbijslag.
Vorming op school
Het wekelijks aantal uren ASV en BGV bedraagt minstens 14 lestijden.
De vorming
gebeurt in functie van de werkervaring en van de individuele noden
van de jongere.
Indien er geen werkervaring wordt aangeboden zijn de jongeren
voltijds aanwezig op
onze school.
Werkervaring
De werkervaring is in principe onbetaald. Ze is organisatorisch
vergelijkbaar met een schoolstage en valt onder de
verantwoordelijkheid van de school.
De werkervaring zorgt ervoor dat leerlingen voornamelijk de
activiteiten uitoefenen die verband houden met de gevolgde
basisopleiding.
Bij voorkeur wordt deze werkervaring niet in het weekend of tijdens
de schoolvakanties gepland.
Via trajectbegeleiding wordt elke jongere van de school individueel
begeleid. In functie van het trajectplan wordt de jongere door de
trajectbegeleider en de mentor van het bedrijf begeleid.